zaterdag 12 februari 2011

Willkommen auf Fuerteventura

Het vliegtuig landt op een paar tientallen meters afstand van de Atlantische Oceaan op een landingsbaan die netjes de kustlijn volgt. We rollen langs de oceaan en het lijkt alsof we er op ieder moment met vliegtuig en al in kunnen duikelen. Fuerteventura is maar een klein eiland... Die paar honderd meter kustlijn die ik vanuit het vliegtuig kan bekijken zijn zowat het spannendste dat ik van eiland te zien krijg. In de bus richting het noorden krijg ik een andere brok Fuerteventura voor de kiezen: een grote grintbak waarvan de lelijke leegte alleen wordt onderbroken door nóg lelijkere wijken van vakantiehuisjes, recht toe recht aan, vierkant geblokt, allemaal hetzelfde. De enige bomen die er staan zijn aangeplante palmbomen. Ook zij zien er kleurloos uit. De enige frisse exemplaren zijn de pas geplante boompjes langs de snelweg. Het lijken reuzenananassen en reiken niet verder dan kniehoogte.

En dan...duinen met fijn wit zand en gitzwarte lavastranden. Landinwaarts kijk je zó de woestijn in. Dit is leegte waar ik wél van hou. Leegte die geen pijn doet aan de ogen, wél karakter heeft en bovendien de bijzondere kracht heeft -vergeef me als ik wat zweverig overkom- om als je zelf vól zit met pijnlijke overpeinzingen je volledig leeg te laten lopen. Daarvoor is er plaats genoeg in de leegte. Ik heb weer een sprankeltje hoop.

De vreugde is van korte duur, want bij de volgende bushalte, waar de zwarte stranden plaats hebben gemaakt voor eindeloze witte zandstranden, stappen er veel toeristen in. Het merendeel hiervan is vet. Moddervet. Pensen moeten omhooggehouden worden door bruine leren riemen op witte bermuda's. Dikke tieten zwabberen heen en weer in te strakke shirts met glinsterende prints. De spierwitte of roodverbrande eigenaren van pensen en tieten spreken Engels, maar opvallend vaak Duits. Fuerteventura ist eine paradisische Oasis im Atlantik!

Vanuit de bus zie ik alle smakeloze toeristenkitsch in de vorm van schreeuwerige hamburger- of pizzarestaurants, kartbanen, een spookslot, een piratenboot, romeinse pilaren of moors aandoende torentjes en andere tierelantijntjes tussen ontelbare vakantiewoningen. Al die goedkope opsmuk maakt de aanblik van Fuerteventura er alleen maar treuriger op. Ook treurig is de naam van deze wijk: "parque holandés", het Nederlandse park. Inderdaad, dit kunstmatige horrordorp werd hier ooit neergeplant door een Nederlandse architect. Hup Holland hup... Ik voel me haast verontwaardigd als ik ook de spookdorpen zie met leegstaande, waarschijnlijk illegale, vakantiewoningen die er ooit door inmiddels failliete bouwondernemingen neergezet werden. Grijze blokkige skeletten zonder ramen of deuren. Alleen de graffiti op de muren geeft kleur.

Ik dacht dat ik begin februari zowat de enige toerist op de Canarische Eilanden zou zijn, hier en daar wat bejaarden uitgezonderd. Dit zou waarschijnlijk inderdaad zo zijn geweest als het er in Tunesië en Egypte niet zo onrustig aan toe was gegaan. Er zijn 10 keer meer toeristen op de eilanden dan normaal gesproken in deze tijd van het jaar. De grote touroperators vliegen de massa's toeristen die een vakantie hadden geboekt met zon, strand en een all-inclusive hotel nu naar de veilige Spaanse eilanden in plaats van naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Voor het eiland Fuerteventura zijn er de afgelopen twee weken bijna 37000 meer vliegtuigstoeltjes gereserveerd dan normaal. Tot en met april zijn praktisch alle hotels volgeboekt en de vraag naar hotelkamers en appartementen dreigt het aanbod zelfs te overstijgen. De Canariërs klappen in de handjes, blij blij blij.

Ik wil juist geen massa's volk om me heen en in sneltreinvaart reis ik door Fuerteventura. Wég wil ik hier. Ik ren zo snel ik kan over de kade van Corralejo waar een vriendelijke meneer het vertrek van de ferry nog heel eventjes uitstelt zodat ik toch nog met hen meekan naar Lanzarote. Ook op dat eiland is het landschap leeg en dor, maar lang niet zo kleurloos als Fuerteventura. Ik zie bergen met vlekken: donkerbruin, roestbruin, grijsgroen, lavazwart. De huizen zijn zonder uitzondering wit. Her en der enige begroeiing. Het oogt allemaal wat vriendelijker en echter. Een opluchting. Dat ik ook hier overal Duits hoor, moet ik maar voor lief nemen. Man kann ja nicht alles haben.

1 opmerking:

  1. Nou dat weten we dan ook weer :-) Ik blijf voorlopig nog maar gewoon nog even thuis! Groetjes Karin

    BeantwoordenVerwijderen