vrijdag 31 december 2010

Oikos

Iedere dag lees ik nog de krant "De Limburger" online.

Gewoon een oude gewoonte? De krant die ik als tiener in honderd brievenbussen stak in het dorp waar ik niemand ken en niemand me kent en heeft gekend. Eenvoudige, korte berichten met weinig wereldschokkende nieuwtjes over een streek die ik niet ken in een land dat ik niet ken. Misschien leer ik die streek en dat land nog wel eens ooit kennen. Noemde ik mezelf immers niet ooit "reiziger"? Verre van het type reiziger dat kilometers vreet of voet heeft gezet in een groot percentage van alle landen ter wereld. Eerder een reiziger qua chaotische ongedurigheid en drang naar ongebondenheid. Een reiziger in gedachten?

Of is "De Limburger" misschien een stukje thuis dat aan me trekt? Een elastische band die lang rekt, maar niet knapt. Het zou te ver gaan om een eenvoudig regionaal dagblad de kwaliteiten van psychologische of filosofische gedachte-generator toe te dichten, maar ik moet bekennen dat een stroom van overpeinzingen wel in gang werd gezet door wat dwaalgedachten na het lezen van "De Limburger". "De Limburger" die ik thuis las op de bank, boterham erbij. Thuis? Thuis! Wat is dat? Het concept "thuis" brengt me al langer in verwarring. In deze blog ga ik er af en toe misschien te nonchalant mee om en roep ik wat al te frank en vrij: "Ik voel me overal thuis!" of "Ik heb meerdere 'thuizen'." Is dat niet wat al te gemakkelijk? Dat ongebonden willen zijn, dat vrij willen zijn, dat loskomen van de streek waar en de mensen met wie je opgroeide. Is dat echt wel zo romantisch en spannend als het vroeger ooit klonk?

Ik herinner me hoe ik als kind 's avonds laat als ik niet kon slapen soms het lampje aanknipte in de wereldbol die op mijn bureau stond. Ik liet de wereld draaien en stoppen. Draaien-stoppen, draaien-stoppen. Ik keek naar al die grillige, kleurige vlakken en vlakjes op de bol. Allemaal buitenlanden. Hoe leefden de mensen daar? Welke taal spraken ze? Ik fantaseerde over al die verre plaatsen, al die onbekende werelden.

Ik herinner me hoe ik ieder najaar, wanneer de Novib-catalogus uitkwam, al die sieraden, kleren, speelgoedjes, muziekinstrumenten, beeldjes en etenswaren vrijwel één voor één bekeek. En wég was ik. Wég was ik uit Nederland. Ver weg. Mijn ouders bestelden ieder jaar wel wat spulletjes uit die verre landen. Ik bewaarde de Spaanstalige kranten waarin Zuid-Amerikaanse fairtrade cadeautjes gewikkeld waren. Dat het Spaans was, wist ik toen nog niet. Ik herinner me alleen mijn fascinatie voor die vreemde woorden die ik niet lezen kon, die ver weg van Nederland door een exotisch iemand opgeschreven waren.

Ik herinner me de spanning, de opwinding die ik voelde toen ik voor het eerst een meisje van ongeveer mijn leeftijd ontmoette die een andere taal sprak. Ik moet een jaar of 9 - 10 zijn geweest toen onze overburen tijdens de zomervakantie een Frans gastkind in huis hadden. Ze ratelde maar door in dat fantastische Frans van d'r. Uiteraard begreep ik geen woord van wat ze zei, maar dat liet ik niet merken. Ik lachte met haar mee en knikte vlotjes van "ja" op alles wat ze zei. Voor het eerst besefte ik van dichtbij dat de mensen niet overal Nederlands spraken. Wat klonk dat Frans mooi! Exotisch, anders, apart. Ik was jaloers op haar. Zo wou ik ook zijn.

Ik herinner me de verwondering die ik iedere keer weer voelde als we boodschappen gingen doen in Duitsland en met de auto die onzichtbare lijn overstaken en plotseling de mensen een andere taal spraken, met ander geld betaalden, in huizen woonden die er toch anders uitzagen en in auto's met een andere nummerbord reden. Hoe kon dat nu toch zo maar, op nog geen 10 minuten rijden van bij mij thuis vandaan?

Ik herinner me de spreekbeurten die ik gaf op school over ontwikkelingshulp en het dagelijkse leven van jongeren in andere landen. De brieven die ik in mijn tienerjaren ontving van penvriendinnen in Finland, Hongarije en Zuid-Korea lieten me in gedachten reizen naar hun landen. Ik studeerde Latijn en (een beetje) Grieks. Het ontcijferen van die mysterieuze talen betekende niet alleen reizen naar wonderbaarlijke mediterrane landen, maar ook nog eens reizen in tijd. Dubbel onbekend terrein, maar ook dubbel interessant omdat ze de wieg van zoveel andere vreemde talen vormden. Ik bladerde door dat dikke woordenboek met rare woorden. Door intellectuele luiheid en puberale desinteresse hield ik Grieks na 4 Gymnasium voor gezien en heb ik vandaag even op internet moeten spieken. Oikos is het Griekse woord voor huis, voor thuis, je "haard", maar wordt in de hedendaagse sociologie ook ruimer geïnterpreteerd als de sociale groep, de sociale familie waarvan je deel uit maakt. In je oikos kom je ook figuurlijk thuis. Van welke oikos maak ik, onspaanse-onvlaamse-onnederlandse, deel uit?
Wat als kind en tiener zo avontuurlijk en exotisch leek, voelt "in het echt" niet altijd zo fantastisch aan. Is het echt wel zo leuk om steeds buitenlander te zijn, waar je ook komt? Iedereen wil toch ergens bijhoren, niet altijd die buitenstaander en die vreemdeling zijn?

Het goede nieuws is dat ik in Valencia een stukje oikos zeker heb gevonden, in de vorm van een schitterende buitenlandse stad, een mediterrane levensstijl en een boeiende partner uit een ver en vreemd land. Maar toch voelt het regelmatig aan alsof ik blijf reizen en blijf zoeken naar wat mijn oikos compleet maakt.

Wat betekent "oikos" voor jou? Is het een stad, een woning, je gezin, je ouders, je kinderen, je partner, een groep mensen, een gevoel, een combinatie van dat alles of misschien nog iets heel anders? Graag hoor ik het van je.

Wat, waar of wie je thuis ook is, geniet er ook in 2011 met volle teugen van! Ik wens je een fantastisch nieuw jaar!

4 opmerkingen:

  1. Ik woonde de laaste 20 jaar op 14 plaatsen in 6 landen. Net terug van 2 jaar Jordanie en voor 2011 geen idee waar naar toe. Freedom: blessing and curse.

    Dus – een beetje synchroon met jou - vroeg ik me af: kom ik ooit ergens thuis? En hoe zal ‘thuis’ voelen? En wat precies zal maken dat ik die plek ‘thuis’ zal noemen? Het gevoel ergens bij te horen? Door wat te delen? Het moment? Yes! Gemeenschappelijke herinneringen? Oei, wie/wat/waar zal dat dan zijn? En gaat het klimaat ook een rol spelen? Want kan ik na 2 jaar zon nog in onze contreien wonen?

    Ondanks Google, datacrunching en een analytische geest kan ik simpelweg geen antwoord vinden dat mijn hoofd geruststelt.

    Dus is ‘thuis komen’ misschien eerder een zijnstoestand dan wel een plaats op aarde. Misschien vind ik het wel, dat plekje binnenin mezelf waar het stil is en waar ik steeds terug naartoe kan, wanneer ik dat wil. Dan zal ik aangekomen zijn, zonder finish, maar toch met een gevoel van overwinning. Eindelijk thuis.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Fraaie tekst weer. Kan niet uit ervaring meepraten: ik ben (tot nu toe) een reiziger in de geest gebleven.
    Heb ook de reactie gelezen en het gedeeltelijk met hem/haar eens. Oikos vind je ook en misschien wel vooral in jezelf, hangt in ieder geval niet af van een bepaalde plaats. Wat wel van belang is, ook in de Griekse term: een oikos omvat altijd meerdere mensen, vooral famlieleden. Die je ook weer maken, of gemaakt hebben, tot wat je bent. Jezelf genoeg zijn is een illusie.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. En voor mij betekend het vooral genieten van de verhalen van anderen, de manier waarop ze hun eigen reis en thuis beleven en erover vertellen. Enkel de extremen worden dan verwoord, want wie gaat nu beschrijven hoe ie een boterham smeert in een andere streek.
    Mijn thuis is gewoon genieten van de diertjes in de tuin in een dik pak sneeuw; de kersenboom die in de lente een prachtige bloesem krijgt; in de zomer in je onderbroek uit huis stappen en op je terrasje een ontbijt nuttigen en in de lente kijken naar de wind die de veelgekleurde bladeren over het gras spoelt.... Dát gewone(?) is mijn thuis!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hoi Susanne,
    Wij wonen in Belgie en dit is ons echte thuis. Thuis is de plaats waar je met de mensen die je liefhebt woont en waar je tot rust komt. Waar je voelt:" dit is het". Hier kennen mensen mij en ken ik anderen. Niet dat een buitenlandse stad niet oikos kan zijn, ik kan me zo voorstellen dat je dat ook in Valencia kan hebben. Ik denk dat het niet 100 % Oikos voelen eerder met de tijdsgeest te maken heeft en met onze eigen ongedurigheid. Wat kan er leuker, mooier en beter dan het leven dat we leiden? Een nieuwe plaats om te wonen, nieuwe vrienden, andere hobbys, ander werk, meer tijd voor jezelf, voor het goede doel...ik denk dat mensen die zich regelmatig afvragen "wat kan er beter" niet gemakkelijk het gevoel van oikos bereiken. Het is een ongedurigheid die in ons zit en elke keer opnieuw vinden we wel iets wat spannender, beter, leuker zou kunnen zijn. Thuis is denk ik, waar je mensen lief hebt.

    Astrid

    BeantwoordenVerwijderen