maandag 22 november 2010

Gaat een vrouw naar de dokter

Een rusteloze ziel zoals de mijne legt haar hoed om de zoveel tijd op een andere plek neer en noemt dat dan haar nieuwe thuis. Dankzij mijn verhuizing van begin deze maand komt mijn huizenlijstje nu uit op nummer 18, nummer 6 in Valencia.
Met de verhuizingen in Valencia hoort ook steeds het veranderen van huisarts. In Spanje krijg je in het systeem van publieke gezondheidszorg een huisarts toegewezen in je eigen wijk. Zo komt het dat ik nu toe ben aan huisarts nummer 4 in drie jaar tijd. Hoopvol keek ik uit naar mijn nieuwe huisarts met wie ik afgelopen vrijdag een afspraak had. De vorige drie konden mij immers niet overtuigen van hun kwaliteiten als medicus.

De eerste:
Een paar maanden na mijn emigratie naar Spanje val ik op een natte februari-avond met mijn fiets een fiks gat in mijn knie. In het ziekenhuis lappen ze me die avond snel-snel op met een paar nietjes in m'n knie en een tetanusspuit in m'n bil. Wekenlang blijft wandelen een pijnlijke bedoening en uiteindelijk ga ik voor het eerst naar mijn huisarts. Zij is een wat oudere mevrouw met een norse blik en veel haast om de pati├źnt zo snel mogelijk weer de deur uit te werken. Ik leg haar uit wat er gebeurd is en ik zie nu nog haar ge├»rriteerde blik voor me wanneer ik het Spaanse woord voor "kniesteunverband" niet meteen begrijp en haar vraag om het te herhalen. Ze werpt een snelle blik op mijn gehavende knie en met haar allesziende oog ziet ze dat alles goed is. "Niets aan de hand", zegt ze dan ook. En met die informatie en een receptje voor een tube zalf tegen spierpijn kan ik weer vertrekken.

Arts nummer twee:
Mijn tweede arts is een vrouw van begin in de veertig bij wie ik verschillende keren langsga voor bloedonderzoeken. Ik geloof niet dat het mij ooit gelukt is om oogcontact met haar te maken. Ze bladert liever door haar papieren of staart onafgebroken naar haar computerscherm. Ze stelt ook nooit vragen. Ik heb telkens het gevoel dat ik mijn eigen diagnose moet stellen. De keer dat ik bij haar langsga omdat ik denk een soort wratje onder mijn voetzool te hebben, is daarvan een goed voorbeeld. Ik kom zo gauw niet op het Spaanse woord voor wrat en vertel haar dus dat ik "iets" onder mijn voetzool heb. Ze kijkt niet naar mijn voet, ze kijkt me zelfs niet aan. Ze pakt alleen een formuliertje van haar bureau waarop ze een doorverwijzing naar de dermatoloog krabbelt met de vermelding "wrat onder voetzool". Mijn vorige arts had dan misschien wel een allesziend oog, maar deze dame kan de diagnose zelfs stellen zonder te kijken!

De derde dan:
De eerste indruk van mijn derde arts, een man van achter in de veertig, is goed. Hij maakt oogcontact en lacht zelfs. Ik ben aangenaam verrast. Hij begint een praatje over koetjes en kalfjes, maar al gauw komen er rare opmerkingen over trouw en ontrouw aan mijn vriend, het warm hebben in bed, over leuke Nederlandse vrouwen en saaie Spaanse vrouwen, en dat hij, tja, wel getrouwd is. Ik vraag hem het formulier voor het bloedonderzoek en vertrek. Als ik deur uitloop zegt hij nog: "Dag schatje, tot de volgende keer." Professionele kerel... Een paar weken later moet ik weer bij hem langs voor de uitslag van het bloedonderzoek, maar hij is er niet en ik maak kennis met zijn vervanger. Hij is een jonge arts van rond de dertig, lui achterover gezakt in zijn stoel. Hij tikt mijn sociaal nummer in de computer om mijn resultaten op te vragen en blijft zuchtend naar het scherm staren als mijn gegevens verschijnen. Hij blijft maar zuchten en puffen en wrijft zijn handen continue met een bezorgde blik over zijn achterhoofd. Ik krijg het Spaans benauwd. Ben ik misschien doodziek zonder het te weten en heeft deze jonge vervanger nu de moeilijke taak om mij het slechte nieuws te brengen? De arts zegt niets, tot ik hem uiteindelijk vraag: "En? Hoe is mijn uitslag?" Nogmaals zuchtend print hij mijn resultaten uit en zegt alleen: "Alles is perfect." Met een nog bonzend hart van de zenuwen verlaat ik zijn kamer.

Dokter nummer vier, mijn huidige huisarts:
Michel is tevreden over zijn huisarts, dus besluit ik om in het Medisch Centrum dezelfde arts als hij aan te vragen. Dat kan zonder problemen. Afgelopen vrijdag ging ik naar mijn eerste afspraak, omdat ik al een tijdje heel veel slaap en snel vermoeid ben, ontzettend veel eet en toch afval, plus sinds kort een tintelend en zwaar gevoel heb in mijn benen en mijn armen. Mijn laatste bloedonderzoeken waren echter perfect, dus schildklier of ijzertekort of iets dergelijks kan het niet zijn. Ik heb die ochtend een afspraak om 11 uur, maar word pas om 10.55 uur wakker en kom dus 20 minuten te laat met een slaperige kop, ontploft haar en nog nahijgend van mijn sprintje op de fiets op zijn consultatie aan. Ik mag meteen naar binnen en doe mijn verhaal. "Tja", zegt hij, "als de waarden van je schildklier en ijzer in orde zijn, dan ben je dus lichamelijk perfect gezond. Maar je lijkt me een nerveuze persoon te zijn." Ja, ik kom daar in alle haast aangesjeest en ik zit inderdaad zichtbaar verveeld met het feit dat ik meteen al bij mijn eerste afspraak te laat kom. "Heb je problemen?", vraagt hij. Nu wil het toeval dat ik in een van de gelukkigste periodes van mijn leven zit waardoor ik het gevoel heb dat ik problemen -groot of klein- goed aankan. "Nee", zeg ik, "ik ben perfect gelukkig en heb geen problemen." Af en toe een kakkerlak vinden in je huis of moeilijke leerlingen in de les hebben kan ik nu niet echt problemen noemen. Hoe dan ook, de arts kijkt me aan alsof ik het grootste hypochonder ben dat er rondloopt en vraagt nogmaals of ik problemen heb. "Nee, absoluut niet", zeg ik. "Tja", zegt hij en kijkt me meewarig aan, "dan kan ik niets voor je doen. Maar waarom probeer je dit niet eens?", en hij schuift twee recepten naar voren. "Wat is dit?", vraag ik. Hij begint uit te leggen. "Het ene is een middel om je gemoedstoestand op te krikken en kalmer te worden. Dat neem je gedurende een maand. Het andere zijn antidepressiva, die neem je gedurende drie maanden en daarna kijken we wel verder. Proberen kan geen kwaad." Ik ben zo geschokt door wat ik hoor dat ik letterlijk met stomheid ben geslagen. Ik krijg geen fatsoenlijk woord Spaans meer uitgebracht. Pas als ik naar huis fiets, borrelt er een gevoel van boosheid en verontwaardiging in me op. Tegelijkertijd moet ik lachen om het absurde van de situatie. Uit nieuwsgierigheid zoek ik op het internet informatie op over de medicijnen die ik voorgeschreven kreeg. Wow, straf spul! Het wordt voorgeschreven aan voor mensen met een sociale fobie, angstaanvallen, depressies enz. Veelkomende bijwerkingen o.a. zijn woedeaanvallen, onaangepast gedrag, hallucinaties en .... depressies. Ik ben boos op mezelf dat ik deze arts die me in 5 minuten tijd op een eerste consultatie meteen "doorgrondt" als een nerveuze depressieveling, niet van weerwoord heb gediend. Ik ben boos op hem hoe makkelijk hij zware medicatie voorschrijft zonder boeh of bah. Ik vind het allemaal te gek voor woorden en mijn vertrouwen in de Spaanse artsen daalt tot de diepste diepten.

Als jullie me binnenkort terugzien met een glimlach op mijn gezicht en een glinstering in mijn oog, dan komt dat heus niet door de twee pep-receptjes die mijn nieuwe huisarts me voorgeschreven heeft. Ik heb zijn drugs niet nodig. Mijn beste antidepressiva krijg ik in dagelijkse porties toegediend door een glimlach en een kus van mijn vriend en de zon die nog altijd hard haar best doet om wat licht en warmte mijn kant op te sturen.

2 opmerkingen:

  1. Weer een leuk verhaal! En ineens ben ik best tevreden over mijn eigen huisarts. Ondanks zijn licht autistische inslag.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Kijk, en ik had dezelfde indrukken van de nederlandse huisartsen. Geen kennis van het vak, je moet zelf weten hoe het heet wat je hebt enzv. Inmiddels ben ik al weer 3 jaar in Duitsland en ik krijg hier te horen: laat u uw immuunsysteem het zelf oplossen, duurt misschien wat langer maar is net zo goed als medizijn - wij behandelen het symptomatisch ... maakt niet uit waar je bent, het is overal hetzelfde :-)

    BeantwoordenVerwijderen