donderdag 8 april 2010

Brussel

Vandaag dwaal ik door mijn verleden.
Brussel.

Meteen als ik uitstap in Brussel-Noord word ik overspoeld door een grootstedelijkse golf van talen, geuren, kleuren, geluiden, herinneringen, veel herinneringen. Brussel-Noord, dat in een van mijn vorige levens vier jaar lang mijn vertrek- en eindpunt was in de reizen tussen mijn ouderlijk huis in Nederland en mijn "studentenkot" in een Brusselse achterbuurt.

Bruxelles-Nord, waar ik altijd haast over mijn nek ging bij de geur van de witte en zwarte pensen die er werden verkocht en nog erger kokhalsde bij de aanblik van de wanstaltige vrouw met vettig slierthaar die in de pensenkraam de klanten bediende.

Het Noordstation waar ik ontelbare keren in- en uitstapte, alleen of vergezeld door mij allereerste vriendje. Ik zie flarden van mierzoete pastelkleurige liefdesscènes van 19-jarigen in mijn hoofd: hij rent langs mijn raam met de vertrekkende trein mee, wild gebarend dat hij van me houdt. Ik smelt achter het raam van mijn coupé. "Dit zal voor altijd en always en ever zijn", denkt de 19-jarige Suzanne. "Wat een opluchting", denkt de 33-jarige Suzanne, "dat always en ever niet voor altijd duurt." Altijd duurt zo lang het als duurt. Soms is dat lang, soms is dat kort. Soms lijkt kort lang, soms lijkt lang kort.

In Brussel-Noord stap ik over op de ondergrondse tram: Moslimvrouwen in lange gewaden en hoofddoeken; Afrikanen met een prachtige, perfect vlekkeloze huid; Zuid-Amerikaanse dames die zichzelf in 3 maten te kleine spijkerbroeken hebben weten te persen; slordige, ouderwetsgeklede ambtenaren; stoere jongens met petjes en een "wat motje?"-blik op hun gezicht. Bij halte "Beurs" stap ik uit: een indringende geur van urine en vuilnis, daklozen die in een hoek op de grond liggen te slapen in een ranzige wolk van alcohol. Ik loop snel verder. Altijd als ik in Brussel ben word ik wel door iemand aangesproken. Echt altijd. Dat is al jaren zo. Echt waar. Ook nu. "Er is nog altijd niets veranderd", denk ik. Ik denk dat ik er "veilig" uitzie in de grijze grimmige sfeer die Brussel uitstraalt. Een stel toeristen wil wat weten over de kaartjesautomaat in de metro, maar ik kan hen niet helpen. Er is dus tóch iets veranderd. Ik ben al te lang weg uit Brussel en ben hier net zo vreemd als de toeristen zelf. Op het Beursplein ga ik bovengronds. Weer een stukje Brussel: flarden Frans, Vlaams, Nederlands, Engels, Spaans, Chinees en tal van talen die ik niet thuis kan brengen, sijpelen m'n oor binnen. Ik loop richting Sint-Goriksplein. Toeristen, "artsy" studenten, immigranten en hippe twintigers en dertigers wirwarren door elkaar.

's Avonds laat loop ik terug naar het Noord-Station en voel ik me als in een film. Alles lijkt héél echt, maar toch ben ik slechts een figurant op de set. Ik speel niet écht mee in deze film. Ik ben slechts deel van het decor. Ik loop tussen veel te drukke brasseries met veel te hoge prijzen -een kopje koffie kost hier minstens 2.70 euro-, panden gedrenkt in vergane glorie, talloze seksshops met schreeuwerige neonlichten in hun fantasieloze etalages, een groot en haast gevaarlijk anoniem grijs optorenend hotel met die omkranste S -de doodskrans van het Sheraton-, de strakke lijnen van de moderne glazen gebouwen waarin de spiegelbeelden van alle lichtjes van de stad zichtbaar lijken te zijn. Hoe dorps is Valencia bij de aanblik van een échte gróte stad zoals Brussel!

Van De Beurs naar Het Noord: dit is de route die ik in een vorig leven honderden keren liep. Het lijkt de herinnering aan een personage uit een boek dat ik ooit las of een film die ik ooit zag. Was dat echt ík die hier ooit, veertien jaar geleden, rondliep? Ik denk dat zij een ander meisje was, iemand die ik ooit vaag heb gekend. Was het werkelijk ík die destijds diezelfde betonnen toren met de gele bollen en rode wijzers van de klok van het Noordstation bekeek? Was dat dezelfde persoon als de Suzanne die vandaag die klok in de gaten hield om op tijd de laatste trein naar huis te halen? De laatste trein naar NÚ, die trein die me weer wegvoert uit het verleden en me net op het nippertje redt voordat ik helemaal kopje onder ga in zwartzoete golven melancholie.

1 opmerking:

  1. Ik werk en leef er een paar keer per week en herken hetzelfde gevoel over Brussel dat je nu zo mooi beschrijft. Meer nog, ook ik moet altijd de laatste trein naar "thuis" halen =;-)
    Er is net een leuk gedichtenboek over de stad verschenen (dichterbij brussel). Zowat alle tegenstellingen zitten er knap in vervat. Zal helemaal jouw ding zijn. Check it out:
    http://www.muntpunt.be/aquabrowser?query=dichterbij%20brussel

    Tot pronto,
    Geert

    BeantwoordenVerwijderen