zondag 28 februari 2010

Volks vermaak

Dat Valencia me als gegoten zit moge inmiddels duidelijk zijn na mijn talrijke lofzangen op de stad. Valencia voelt steeds minder bevreemdend en buitenlands aan. Ik ben hier gewoon thuis want dit is de plek waar ik nú woon, nú werk, nú leef en me nú goed voel. Meer hoeft dat niet te zijn. Minder absoluut ook niet.

Valencia mag dan mijn thuis zijn, Spanje is dat niet altijd. Regelmatig word ik met de neus op de feiten gedrukt en wordt me in één klap weer duidelijk dat Spanje nog heel erg bevreemdend en buitenlands is. Of misschien ben ík het die vreemd en buitenlands is en dus echt nog niet lang thuis is in dit land. De bevreemding treedt op zodra ik Valencia verlaat en Spanje binnenkom. Het echte Spanje vind je niet in de anonimiteit van de grote stad. Spanje leeft in de dorpen.

De dorpen in Spanje zijn een fenomeen op zich. De stadse Spanjaard keert graag ieder weekend terug naar zijn pueblo: op zoek naar een mengeling van rust, ruimte, familie, vrienden, natuur, eten, drinken en feesten. Ieder dorp beroemt zich vooral op dat laatste.

Vorige maand ging ik naar het de dorpsfeesten in Borriol, een dorpje een kilometer of 80 ten noorden van Valencia. Sint Anton, de beschermheilige van de (boerderij)dieren, wordt er ieder jaar er gevierd in een weekend rond 17 januari. Elke reden is een goede reden om te feesten, dus ook in Borriol wordt Sint Anton gretig misbruikt om op vele vlakken de beest uit te hangen. Op zaterdagochtend beginnen de feesten. Een huifkar getrokken door 8 paarden trekt door de straten van het dorp en haalt brandhout op dat de dorpsbewoners de avond tevoren aan hun voordeur hebben gelegd. Om de 50 meter stopt de stoet, want dan moeten de San Antioneros, de in zwart hemd en witte halsdoek uitgedoste feestvierders, halt houden om hun honger te stillen en vooral hun dorst te laven. Op deze manier duurt het behoorlijk lang voordat het hele stel aankomt op een klein pleintje in het centrum van het dorp waar het brandhout netjes op een ronde brandstapel wordt geladen.

In de late namiddag is er een tweede ronde door het dorp, die dankzij menige cubata, longdrink, of chupito, shot, een stuk geanimeerder verloopt dan de ochtendroute. Voor de San Antioneros en toeschouwers in ieder geval. Voor de paarden is het een ander verhaal. De kar is volgeladen met ongeveer 1000 kg brandhout. Je ziet de paarden zwoegen. Na iedere pitstop trekken ze de hele vracht moeizaam in gang om vervolgens 50 meter verder weer tien minuten te moeten wachten. De grootste uitdaging wacht hen in El Raval, de steilste straat in het bergdorpje. Hier vindt de putjà per El Raval plaats, het meest spectaculaire onderdeel van de route. De paarden houden op de helling hun vracht amper in bedwang. De pony's vooraan glijden langzaam bergaf en trappelen zo goed en kwaad als het kan met hun kleine hoefjes om toch maar niet volledig onderuit te gaan. Als de San Antioneros er klaar voor zijn moet het hele gevaarte weer een paar meter bergopwaarts gesleurd worden. De paarden hebben er duidelijk geen zin in. Rieten zwepen kletsen op de billen van de paarden, hoeven schrapen griploos over het wegdek, vonken vliegen van onder de hoefijzers vandaan, het ruikt naar iets verbrands, luid geschreeuw van San Antioneros en publiek als 8 bezwete paarden en een 30-tal bezwete mannen dan toch beweging in de stoet krijgen en het hele gevaarte met luid trappelende hoeven en ratelende wielen een paar meter verder rijdt, waar het hele spektakel zich herhaalt tot de brandstapel in zicht komt en de huifkar van zijn lading ontdaan kan worden. Hierna worden gratis lokale lekkernijen, pastisses, uitgedeeld, anijs-bataatkoekjes, mierzoete amandelkoekjes en pruimenkoekjes.

Een paar uur later mogen de paarden weer op komen draven, mooi opgetuigd en zonder vracht. Op het kerkplein zwiept meneer pastoor ongeïnteresseerd zijn borsteltje door de lucht en zegent de paarden met druppels gewijd water. Ook de andere dieren van het dorp hebben blijkbaar bescherming van hogerhand nodig en de baasjes lopen met hun hond, kat, vis, schildpad, fret, konijn of parkiet langs meneer pastoor en zijn borsteltje. Daarna worden gratis primes uitgedeeld, een soort deeghapje voor de honden en katten.

Rond een uur of 11 's avonds is het tijd voor de volgende etappe van het feest. Met een lange slinger knalvuurwerk wordt de brandstapel in de fik gestoken. Er klinkt luid gejuich als de dennenboom in het midden bijna onmiddellijk vlam vat. Als ook het opgestapelde hout begint te branden is het tijd voor een geluksritueel. Er wordt gezegd dat als je drie keer rond de brandende stapel loopt, je een voorspoedig jaar zult hebben. De moeite van het proberen waard, denk ik, en ik loop braaf maar snel mijn drie rondjes onder de neerdwarrelende vonken en asvlokken. De paarden worden weer van stal gehaald en ook zij stappen drie keer rond de brandstapel, nerveus door het vuur en de menigte. De avond wordt afgesloten met de porrat. Op een plein vlak bij de brandstapel worden gratis altramuces (wolfsbonen, klik hier voor foto), koeken, pinda's maar vooral mierzoete moscatelwijn uitgedeeld. Voor sommigen kan het feest nu pas echt beginnen. Ik hou het echter voor bekeken en duik mijn bed in. Moscatelwijn maakt me moe...

Door de feesten in Borriol moet ik denken aan het carnavalsfeest in Zuid-Nederland dat pas geleden werd gevierd. Ik ben nooit een rasechte carnavalsvierder geweest en vond het altijd een beetje een overroepen en overdreven feest. Te volks, te boers, te veel gezuip en gebral, dacht ik altijd, misschien wat verwaand. Nu dat ik regelmatig zie hoe tradities en vieringen in Spanje nog in ere worden gehouden en ik ervan geniet om te zien hoe mensen er naartoe en erin opleven -ookal gaat het gepaard met volkse, boerse, zuiperige en brallerige taferelen- besef ik dat het carnavalsfeest niets anders is dan dat: een traditie, een viering, een stukje cultuur en authenticiteit dat bij een land of een regio hoort en mensen samenbrengt. Je houdt ervan of niet, je doet eraan mee of niet, maar ver weg van alle carnavalssfeer heb ik hier in Spanje plotseling meer begrip en respect gekregen voor een traditie die bij mijn oude Thuis hoort. En dan besef ik plots dat er eigenlijk bitter weinig verschil is tussen "Ole!" en "Alaaf!"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten