zaterdag 19 december 2009

Ontheemd?


Vorige week ben ik gaan paardrijden. Voor het eerst sinds mijn dertiende-veertiende zat ik weer op een paard, maar dat doet er in dit verhaal weinig toe. Na de rit -die overigens heel aangenaam was, maar ook daar wil ik het nu niet over hebben- hebben we honger en vragen de dame van de manege waar we een bar kunnen vinden. Met wilde gebaren en tot in het kleinste detail legt ze ons uit waar we heerlijke paella -"typisch Valenciaans", laat ze me weten- of tortilla de patatas -"er is niets Spaanser"- kunnen vinden. "Maar 50 meter verderop", gilt ze op z'n Spaanse viswijfs wel 4 of 5 keer. Ze kijkt ons eens goed aan en bedenkt zich dan. "Kom mee", zegt ze en wenkt ons. Ze staat erop dat ze ons naar de bar brengt via een sluiproute. "Maar het is maar 50 meter", pruttelen we tegen. Maar ze laat zich niet van de wijs brengen door twee guiris, buitenlanders, en gidst ons naar het restaurant. Ondertussen wil ze weten waar we vandaan komen. Ze is aangenaam verrast als ik haar vertel dat ik Nederlandse ben. "Oh, ik ken zoveel Nederlanders hier! En ze spreken allemaal zo goed Spaans, terwijl het Nederlands zo vreselijk moeilijk is!", kirt ze. In het restaurant stelt ze ons trots aan de eigenaar en het personeel voor als "haar vrienden" die de beste service moeten krijgen. Als we een tafeltje buiten op het terras uitzoeken -ik kan het niet laten om te zeggen dat het zalig zonnig weer is, ookal doet het er in dit verhaal niet toe- stellen wij, de nieuwe vrienden, ons pas voor aan de Spaanse dame. De snelheid waarmee Maria Eugenia ons tot vrienden bombardeert is geen uitzondering in Spanje. "Vriend" is een erg tweeslachtig begrip hier. Er is niets gemakkelijker dan in Spanje iemands telefoonnummer of een uitnodiging voor een etentje te versieren en het etiket "vriend" opgeplakt te krijgen. Het etiket verdien je een-twee-drie door vriendelijk of een tikkeltje exotisch m.a.w. on-Spaans te zijn. Maar pas nadat je "vriend" bent geworden blijkt dat de échte invulling van het begrip "vriend" op zich laat wachten en zelfs nooit komt. Dan blijkt dat die spontane, enthousiaste Spanjaarden plots veel geslotener en op zichzelf zijn dan het cliché voorhoudt. Over het algemeen wonen de Valencianen al hun hele leven in Valencia en hebben ze weinig contact met buitenlanders of -staanders. Hun echte vriendenkring beperkt zich dan ook tot de mensen die ze al hun hele leven kennen. Voor een niet-Valenciaan zoals ikzelf die geen heel leven met de Valencianen deelt is het uiterst moeilijk, zoniet onmogelijk, om tot dat kringetje door te dringen en het etiket "echte vriend" te verdienen.

Na het eten komt Maria Eugenia vragen hoe het eten was. Na wat ditjes en datjes zegt ze dat ze een van haar Nederlandse vriendinnen nog moet bellen en voegt meteen de daad bij het woord. Plots zegt ze :"Het zou toch leuk zijn als jullie elkaar leerden kennen" en duwt me de telefoon in mijn handen. Zo komt het dat ik onverwacht met ene Marion aan de lijn hang. Marion is vriendelijk, maar ik heb haar niets te vertellen. Ze geeft me informatie over de activiteiten van het Nederlandse consulaat in Valencia en lanceert een uitnodiging in mijn richting. Er lopen koude rillingen over mijn rug als ik me een bijeenkomst van Hollandse expatwijven en Libelle-bellen inbeeld. Ik gruw van de gedachte daar op z'n Hollands "nou-ja-leuk-gesellig-seg-so-met-s'n-allen" in het Randstedelijks Nederlands te zitten "koffieleuten of klessebessen". Ik lieg als ik tegen Marion zeg dat het allemaal heel interessant klinkt. Ik bedank haar voor de informatie en geef lichtjes gestressed de telefoon aan Maria Eugenia terug.

Na het telefoontje vraag ik me af waarom ik in de stress schiet als ik met Nederlanders praat. Waarom wil ik hier in Spanje niets met Nederland en Nederlanders te maken hebben? Waarom ben ik zo negatief over het land waar ik ben geboren en 18 jaar woonde? Waarom ben ik zo bevooroordeeld over een land dat ik nauwelijks meer ken? Waarom voelde ik me totaal niet beledigd of schoot ik niet eens in de verdediging toen ik twee weken geleden met een Andalusiër sprak die al járen tientallen keren per jaar in Nederland komt en mij zijn ongezouten mening over Nederland gaf: "Het weer in Nederland is zwaar shit, het eten in Nederland is zwaar shit en de mensen in Nederland zijn vriendelijk maar oersaaaaaaaaaaaaaaai." Nederland vervult me alleen met melancholie en een warme glimlach naar mijn ouders, broers en oma toe. Nederland lijkt ver, heel ver, een ontzettend ver verleden: toen ik in een Nederlands gezin woonde, op een Nederlandse school zat, in een heel erg Nederlandse wijk woonde, met mijn Nederlandse vrienden speelde en praatte met mijn Nederlands(-Limburgs) accent in plaats van mijn huidige ratjetoe-ik-kom-van-overal-en-nergens-tongval met steeds meer foutjes en twijfels in mijn moedertaal. Kortom: toen ik nog Nederlandse was.

En nu? Wat ben ik nu? Is het überhaupt belangrijk? Is het niet belangrijker dat ik elke keer als ik vanuit het zuiden de stad Valencia kom binnenrijden en daar de stad van de Kunsten en Wetenschappen mij wit-fonkelend verwelkomt en palmbomen naar mij wuiven onder die strakblauwe lucht, ik een tintelende opwinding voel, een gevoel van ongeloof, van eeuwigdurende vakantie, van ultieme blijdschap, van dankbaarheid en trots, van thuiskomen, van totale be- en vérwondering...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten