vrijdag 10 oktober 2008

De wonderjaren

Vroeger, toen ik een tiener was, miste ik geen enkele aflevering van "The Wonder Years". Twee keer per week -één keer op de Nederlandse zender VPRO en één keer op "de Belg"- zat ik rond een uur of zeven 's avonds klaar voor mijn portie "ver- en bewondering". De "coming of age"-serie over Kevin Arnold, een jongen van mijn leeftijd, boeide mij en ontroerde mij. Kevin's dagelijkse leven als tiener werd becommentarieerd door een volwassen en wijzere Kevin die inzag dat de schijnbaar onbetekenende gebeurtenissen uit zijn tienertijd eigenlijk momenten van verwondering en bewondering waren. Verwondering bijvoorbeeld over de grillen van de meisjes waar hij verliefd op was, over de ups en down in zijn vriendschappen, over de macht en onmacht van zijn leraren. Bewondering voor zijn oudere rebelse hippiezus, zijn hardwerkende norse vader en de onbereikbare mooie meiden op school. Ik liet me meevoeren in die verwondering en bewondering. Zo besefte ik bijvoorbeeld dankzij een aflevering van "The Wonder Years" voor het eerst dat mijn ouders niet alleen "gewoon" mijn ouders waren, maar ook een oudere jongen en een ouder meisje die verliefd waren op elkaar. Het deed me opeens verrassend anders naar mijn ouders kijken. Dat ik zelf-zoals dat bij een pubermeisje hoort- op mijn beurt stiekem wel wat verliefd was op de onbereikbare Kevin, was nog een extra reden om steeds reikhalzend uit te kijken naar mijn vaste TV-afspraak van twee keer twintig minuten per week. Een paar maanden geleden heb ik in een paar weken tijd alle 115 afleveringen van "The Wonder Years" nog eens bekeken op dvd. Mijn puberale verliefdheid is uiteraard al lang weg en ook een stuk herkenning van het dagelijkse leven van een tiener is verdwenen. Wat is gebleven is de verwondering en bewondering, aangevuld met een brok melancholie over wat was, wat is geweest en wat nooit meer terugkomt.

Wonder staat voor iets buitengewoons, iets vreemds, iets verbazends. Het mooie aan mijn favoriete jeugdserie was dat ze liet zien dat er wonder schuilt in doodgewone mensen die een doodgewoon leven leiden in een doodgewone stad. Het klinkt contradictorisch, maar gebeurtenissen die bevreemden zijn doodgewoon. Tenminste, als je de verwondering en bewondering een kans geeft. Ik probeer heel bewust heel alert te zijn zodat ik wonderbaarlijke dingen kan blijven zien. In het doodgewone leven van een doodgewone Suzanne in een doodgewone stad vind ik dat niet altijd makkelijk, maar het kán.

Sinds een maand ben ik weer terug in Valencia en voelt het "gewoner" aan dan ooit. Alsof het nooit anders was. De verwondering en bewondering lijken vaak ver weg. En toch...

Pas afgelopen maand is me bijvoorbeeld opgevallen dat Spanjaarden graag zo veel mogelijk mensen laten weten dat een vriend, vriendin of geliefde jarig is of gaat trouwen. De makkelijkste manier om zo'n nieuwtje wereldkundig te maken is het gewoonweg met spuitbus verf op de stoep van de feestvierder te kladden. De nietsvermoedende jarige of bruid(egom) stapt dan 's ochtends met beide voeten op een felicitatie: Feliz cumple cariño!, gelukkige verjaardag, schat! of felicidades a la soltera más cachonda, proficiat aan de heetste vrijgezel.Een kaartje met felicitaties gooi je na een tijdje gewoon weg, maar een stoep is niet zo makkelijk te verwijderen. Zo heb je -en de hele buurt met je- ook máánden na het feest nog een zichtbare herinnering aan die speciale dag.

Ook al fietsend door Valencia blijft de verbazing over de fietsinfrastructuur in de stad nog altijd groot. In Valencia blijft fietsen een gevaarlijke onderneming, niet iets dat je kunt combineren met een gezellig kletspraatje onderweg zoals dat in Nederland en zelfs in Belgie wél kan. Het fietspad (als dat er al is) moet je continu heel goed in het oog houden, want voor je het weet eindigt het in het niets. Of tegen een muur.


Verwondering heb ik ook over de manier waarop taal- en sportlessen georganiseerd worden. Er is altijd te weinig plaats. In Mislata, het stadje waar ik nu woon, had ik interesse in tennislessen. Er bleken drie groepen (beginners, gevorderden en vergevorderden) te zijn voor volwassenen, elk voor 8 personen. Na een niveautest samen met de tennisleraar bepaalt een loting onder de geïnteresseerden wie een van de 8 plaatsen krijgt. Op een inwonersaantal van bijna 45.000 zijn de winkansen dan wel erg beperkt. Ik volg nu dus géén tennisles...
Ook had ik interesse in een cursus Spaans voor gevorderden. In de officiële talenschool van Valencia wilde ik meedoen aan de niveautest om vervolgens in een van de hogere niveau's les te kunnen volgen. Nee, zo werkt dat hier niet. Aangezien ik geen Spaans diploma van een officiële talenschool in Spanje heb, mocht ik niet meedoen aan de test voor gevorderden en dus ook niet instromen in een van de hogere niveaus. Als nieuwe student mocht ik alleen van voren af aan beginnen in het allereerste jaar. Weinig interessant voor mij. Ik volg nu dus géén Spaanse les...

Verwondering ook over een onderwerp dat een heel stuk serieuzer is. Ik blijf me verbazen over de Spaanse nonchalance wat drugs betreft. Vrienden en kennissen zijn er heel open over en vertellen -alsof het de normaalste zaak van de wereld is- dat ze regelmatig hard drugs gebruiken. In het rustige dorpje Jalance bijvoorbeeld(waar ik al een paar keer over geschreven heb) is er blijkbaar zo weinig te beleven, dat de jongeren en ook minder jongeren zich alleen nog maar kunnen amuseren met een portie paddo's, een tabletje xtc, een lijntje coke of op z'n minst wat hasj achter de kiezen. Ook in het grootsteedse uitgaansleven van Valencia wordt er veel meer dan alleen alcohol geconsumeerd.
Vanaf de jaren tachtig begint de coke aan zijn zegetocht in Spanje. "Het was bij uitstek een drug die paste bij de gegroeide zelfverzekerdheid van een land waar geen einde leek te komen aan de nieuw verworven rijkdom. Het gebruik paste perfect in een nieuwe generatie voor wie ongeremde consumptie werd beschouwd als een publiek recht. Het cokegebruik drong door tot op de gekste plaatsen. Het jaarlijkse werelddrugsrapport dat de Verenigde Naties in 2007 uitbracht, meldde dat in het rivierwater van de Ebro nabij het provinciestadje Miranda del Ebro (Burgos) per hoofd van de bevolking een hogere concentratie aan cokeafvalstoffen werd aangetroffen dan in New York. Het Nationale Drugsbureau van Spanje vond op twee derde van alle bankbiljetten in Spanje restsporen cocaïne. De coke gooide het gebruikersprofiel in de beginjaren van de 21ste eeuw grondig om: jonge volwassenen, dertigers met een goede baan, meestal uit normale gezinnen, die van gelegenheidsgebruikers vervielen tot een verslaving. In de zomer van 2007 werd Spanje door een VN-rapportage uitgeroepen tot de grootste cocaïnegebruiker ter wereld. Drie procent van de Spanjaarden tussen de 15 en 64 jaar waren gebruikers van coke, tweemaal zoveel als gemiddeld in Europa. Spanje, gevolgd door Portugal en Nederland, gold op dat moment als belangrijkste invoerhaven voor de cocaïne afkomstig uit Latijns-Amerika. In 2005 werd ruim 48 ton coke in beslag genomen, 45 procent van de totale vangst in Europa. Aan aanbod dus geen gebrek." (Bron: Spanje achter de schermen, Steven Adolf, Prometheus/NRC Handelsblad, 2008, p.62-63)

Het is gelukkig niet allemaal op een negatieve manier verbazend. Laatst zit ik in de metro op weg naar huis tegenover twee stoeruitziende jongens van een jaar of 15-16. Zoals dat stoere Spaanse kerels van die leeftijd betaamt zitten hun kin en oren vol zwarte piercings en hangen hun veel te wijde broeken tot onder hun kont zodat je hun (waarschijnlijk nep-) Armani-boxershorts kan zien. Hun nonchalante, slordige kapsels kunnen niet verbergen dat ze ze met heel veel zorg en evenveel haargel perfect in vorm hebben gebracht. Onderuitgezakt hangen ze op de bank in de metro. Heel gewone tienerjongens. Ze zijn vrienden. Blijkbaar heeft één van de twee een probleem, want ze zijn heel serieus met elkaar aan het praten en ik hoor een van de twee zeggen "dat het allemaal wel in orde komt". Als de jongen met het probleem uit moet stappen, staan ze allebei op en knuffelen de twee elkaar. Zonder schroom. Warm en stevig. Lief. In eerste instantie ben ik verbaasd, verwonderd. Dan vind ik het charmant en hartverwarmend. Ik word er blij van. De jongen zwaait zijn vriend nog eens uit en ploft dan weer op de bank neer. Een jong gezin stapt als een van de laatsten de metro in. Ze hebben een kinderwagen bij zich waarin een kind van ongeveer een jaar oud zit. De vrouw is zwanger. Als de stoere jongen dit ziet, springt hij meteen op. "Gaat u maar zitten", zegt hij tegen de zwangere dame. Ze neemt zijn aanbod aan. De jongen lacht. Ik word er nog blijer van. En bewonder hem.

Ik denk terug aan het gesigneerde kaartje dat ik als vijftienjarig bakvis kreeg van Fred Savage, de acteur die Kevin speelde in "The Wonder Years", nadat ik hem een brief had gestuurd. "I hope all yours are wonder years", stond erop: Ik hoop dat al jouw jaren wonderjaren zijn.

En dat zijn ze.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten