woensdag 23 april 2008

Kinds

Wonen in een ander land betekent onder andere haast constant met de neus op de feiten gedrukt worden dat ik heel weinig weet en dat er nog heel veel nieuws te ontdekken en te leren valt. Net een kind. Het enige verschil tussen een 31-jarig kind en eentje van een jaar of 25 à 30 jonger is het besef waarmee het leerproces gepaard gaat. Mijn nieuwsgierigheid is niet altijd spontaan zoals die van een kind, maar eerder een heel bewust willen proeven van het onbekende.

Soms is dat proeven letterlijk, zoals ook een kind dingen in zijn mond steekt om ze zo te verkennen. Bij Zabi de groenteboer kies ik vruchten uit die ik nog nooit eerder heb gezien. Kleine harde gele bolletjes. De Spaanse naam nísperos zegt me niets. Thuis proef ik ze. Lekker! Ik zoek in mijn woordenboek op wat ik nu eigenlijk gegeten heb. Mispels. Nooit van gehoord...

Een iets grotere uitdaging dan zoete vruchten is de aankoop van een verse sepia, een zeekat, wat een soort inktvis is. De witte glanzende glibberballen liggen weinig aanlokkelijk op het ijs in de vishandel en supermarkten. Toch weet ik dat deze diertjes heerlijk smaken. Ik bestelde ze al regelmatig in tapasbars, maar durfde het tot nu toe niet aan om er thuis zelf eentje klaar te maken. Ik koop er toch een. Thuis betast ik de sepia behoedzaam en met een lichte vorm van weerzin, alsof het ding nog levend zou zijn. Ik voel zijn harde rubberen lijf en de zachte papperige tentakels en bedenk me dat ik überhaupt niet weet hoe ik het beestje panklaar moet maken. Lorena schiet te hulp en laat me moederlijk zien hoe ik de bek van de sepia uit het lichaam kan duwen. Verder is het letterlijk kinderspel. Ik hak het diertje in stukken en bak het op met massa's knoflook en wat peterselie. Deliciosa.

Soms proef ik figuurlijk. Dan neem ik met andere zintuigen dan mijn mond de smaak van Spanje in me op. In het luidruchtige Valencia tussen de schreeuwende Spanjaarden is dat zintuig vaak het gehoor. En omdat praten tussen die schreeuwerds vaak moeilijk gaat, lúister ik gewoon. Een braaf kind... Gisteren ging ik lunchen met een vriend, Juan. Hij woont al bijna 40 jaar in Frankrijk en heeft de Franse nationaliteit. Maar dat zijn slechts droge feiten op papier. Hij is en blijft Spanjaard in hart en nieren, Valenciaan om precies te zijn, en hij is daar trots op. De kelner in het restaurant maakt aanstalten om een asbak bij ons op tafel te zetten, maar Juan zegt dat dat niet hoeft omdat we beiden niet roken. Hij voegt eraan toe dat hij het not done vindt dat er in een restaurant nog gerookt mag worden. De kelner reageert gepikeerd: "Ah, dus bier drinken mag ook niet meer misschien? Dat is toch ook een drug?!" "Bier drink je in je eentje", repliceert Juan, "en een sigaret rookt iedereen mee." De discussie tussen de twee barst los nog voordat we ook maar iets besteld hebben. Ze pakken elkaar fel aan en ik bekijk het schouwspel met verbazing. Het lijkt erop als de twee elkaar niet kunnen luchten en ze reageren honend op de argumenten van de ander. Zijn ze echt kwaad op elkaar? Maar nee, het blijkt een spel te zijn. Heel naturel vloeit de discussie namelijk over in een onschuldig praatje over koetjes en kalfjes en spreken de mannen elkaar heel hartelijk toe alsof er nooit een meningsverschil is geweest. Buitenlanders, guiris, zoals ik worden zo in eerste instantie op het verkeerde been gezet. Onbeleefd stemverheffen en grof woordgebruik duidt niet op échte problemen tussen de Spanjaarden, maar is gewoon een manier van communiceren die nog steeds nieuw voor me is.

Kinderen leren ook door te voelen. Míjn tastzin mag ik een week of twee geleden eens op onbekend terrein uitproberen. Ik word uitgenodigd voor een partijtje "touch rugby". Ik heb er nog nooit van gehoord en weet niet wat me te wachten stond. Voor het eerst sinds mijn fietsongeluk in februari voelt mijn knie goed genoeg aan om te sporten en daarom ga ik op een zondagochtend naar het rugbyveld in de droge rivier Turia. Als absolute beginner ken ik natuurlijk de spelregels niet, maar dat vormt geen probleem. Na een korte uitleg mag ik meteen meedoen met deze softe vorm van rugby. Er wordt niet getackeld en er is geen zwaar fysiek contact. Je mag elkaar alleen aantikken. Het is eigenlijk gewoon een soort tikkertje voor volwassenen met een rare bal erbij. Het continue rennen over het veld mat me af. Ik ben dit niet meer gewend. Wat conditie betreft dan toch niet meer zo kinds als ik dacht of hoopte te zijn. Het is flink afzien.

Vanaf morgen ben ik dan weer op een heel andere manier een groot kind. Mijn ouders komen namelijk voor enkele dagen op bezoek. Zowel in mijn jeugd als de jaren erna waren deze twee bijzondere mensen er steeds voor me. Ook nu wil ik dat ze deel blijven uitmaken van mijn leven en met mij mee kunnen genieten van de tweede jeugd die ik, hun oude kind van 31 jaar, in Spanje beleef.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten