vrijdag 21 maart 2008

Apocalypse now!

Nu ik vijf dagen en nachten Fallas heb meegemaakt, lijkt het me ongepast om het “doordeweekse” Valencia nog langer als lawaaierig te bestempelen. Tijdens deze vijf dagen heb ik beseft dat ik vóór de Fallas nauwelijks wist wat lawaai was! Tijdens deze vijf dagen heb ik ervaren wat het woord “oorverdovend” betekent. Vijf dagen lang daverde, en dan bedoel ik dus létterlijk daverde, de stad op haar grondvesten. Dat de stad uit voorzorg de plastic wanden uit de bushokjes in het centrum liet verwijderen, zegt genoeg over de kracht die vrijkomt bij de dagelijkse mascletà om 14 uur op het Plaza del Ayuntamiento. Naarmate de hoogdag op 19 maart nadert, worden de mascletàs steeds bruter. De grond en gebouwen in het centrum ondergaan bevend de onverbiddelijke kracht van de mascletà. De lijven van het massaal toegestroomde publiek schudden ongecontroleerd mee op het ritme dat de steeds sadistischer wordende pyrotechnicus uitgedacht heeft.


Behalve de mascletàs laat ook het traditionele vuurwerk , dat iedere nacht om 1 uur wordt afgestoken, luid van zich horen. Ik heb een schitterend plekje gevonden van waar ik het vuurwerk iedere nacht van heel dichtbij kan zien. En horen! En voelen! Het is een kick voor al mijn zintuigen. Niet alleen zijn de vuurpijlen prachtig mooi om naar te kijken, ook iedere knal voel ik in mijn hele lijf doortrillen en doet mijn oren suizen. Overdonderend! De uren tussen vuurwerk en mascletà en tussen mascletà en vuurwerk nemen de “amateurs” in de straat het werk van de specialisten over: een constant geknal van petardos, rotjes, tracas, hele slierten rotjes, en borrachos, voetzoekers. Ieder uur van de dag, ieder uur van de nacht. De grens tussen dag en nacht is de afgelopen vijf dagen geheel verdwenen. Het zijn Fallas. Dat is wat telt. Niet of het licht of donker, dag of nacht, zondag of woensdag is. Dat zijn details waar alleen agenda-verslaafde hokjesdenkers zich mee bezighouden en die nu geheel niet terzake doen.

Momenten van rust zijn niet te vinden in de stad. Maar toch zijn er af en toe wat idyllischer taferelen te zien dan het brute geweld van kruit en vuur. Sommige fallas-commissies bouwen niet alleen een falla in hun wijk, maar versieren hun straat ook met miljoenen gekleurde lampjes. Ik krijg wel een beetje een weeiig Disneyland-gevoel in mijn buik als ik om stipt half 8 's avonds zie hoe de verlichting aan wordt gestoken op het ritme van zeemzoetige muziek en er een tunnel van licht verschijnt. Het Disneydeuntje even vergetend, kan ik wel toegeven dat al die lampjes samen er heel mooi en sprookjesachtig uitzien.

Ook bij de zogenaamde ofrenda ligt het sprookjesgehalte vrij hoog. Op 17 en 18 maart lopen meer dan 100.000 falleros en falleras in traditionele klederdracht in een parade door de straten van Valencia van 4 uur 's middags tot een uur of 1 's nachts. De dames, de falleras, staan in het middelpunt van de belangstelling: zij zijn prinsessen in hun prachtige gekleurde jurken uit de 16e en 17e eeuw (die gemakkelijk meer dan 1000 euro kosten) en ze dragen elk een bosje rode, rose of witte anjers. Die bloemen worden op het Plaza de la Virgen (Plein van de Maagd) geofferd aan, inderdaad, de Heilige Maagd. Een gigantisch houten raamwerk met daarop het reusachtige hoofd van Maria staat op het plein opgesteld. De falleras geven hun bosje bloemen af aan de falleros die aan de voet van het grote Maria-standbeeld staan. Deze falleros gooien de ruikers naar boven, waar collega-falleros in het houten raamwerk staan en de bloemen opvangen. Nog hoger staan er nog een paar falleros die de bosjes op hun beurt door hun collega's toegeworpen krijgen. Uiteindelijk bevestigen deze mannen de bloemen een voor een in het raamwerk. Zo verandert op 2 dagen tijd het kale houten lijf van Maria in een prachtige bloemenmantel van 25 ton anjers ter waarde van een half miljoen euro. Een aardige metamorfose. Voor de falleras is de ofrenda vaak hét emotionele hoogtepunt van de fallasfeesten. Vooral de laatste dag vloeien de tranen rijkelijk, want daarna wordt de Fallasbetovering verbroken en veranderen de prinsessen weer in gewone huismoeders, zakenvrouwen of scholieren.

Minder sprookjesachtig gaat het er 's nachts vaak aan toe op de vele honderden verbenas, fuiven, die op straat gehouden worden. Iedere wijk bouwt zijn eigen feestje in open lucht. Een dj en een biertent, meer is er niet nodig. Op de verbenas is iedereen welkom. Mensen van alle leeftijden, rangen en standen, nationaliteiten en pluimage feesten samen de nacht door. Dat dat idyllischer klinkt dan het soms is, bewijst mijn flatgenote Lorena: haar vriend en zij raken in meer dan beschonken toestand slaags met andere feestgangers. Het avondje stappen van Lorena eindigt, na tussenkomst van de politie, in het ziekenhuis met een blauw oog, een gekneusd jukbeen en een paar hechtingen in haar kin. Mijn verbena-ervaringen verlopen gelukkig een stuk rustiger. Lekker dansen. Dat was veeeeeeeel te lang geleden...! Het doet me goed. Mijn eisen qua muziek heb ik hier in Spanje noodgedwongen maar naar benedengeschroefd dus als voor de zoveelste keer de ridicule Spaanse inzending voor het Eurovisie Songfestival wordt gedraaid, dans en "zing" ik dus maar gewoon vrolijk mee...

De laatste nacht tijdens de zogenaamde cremà , verbranding, sterven de zo mooi en zorgvuldig opgebouwde fallas een snelle dood: na een kort vuurwerk steekt de fallera major van elke falla het lont aan van de op en rond de falla gedrapeerde petardos. Met enkele knallen wordt het doodvonnis getekend: de uiterst brandbare falla vat vuur en dat luidt het einde van de feesten in. Een bijna apocalyptisch sfeer heerst er in de stad: het luidste knalvuurwerk is blijkbaar tot vandaag bewaard en de knallen zijn zo hard en angstaanjagend dat het lijkt alsof de stad gebombardeerd wordt. Overal in de stad slaan de vlammen hoog uit de fallas en walmen dikke zwarte rookwolken omhoog. Op sommige kruispunten zie je alleen nog een grote hoop as en de smeulende resten van wat kort daarvoor nog een falla was. Ik heb het geluk om puur toevallig bij een van de laatste cremàs van de nacht te zijn. Nadat die eerder kleine falla tot as is herleid, begint er een spel tussen brandweermannen en publiek, naar het schijnt een jaarlijkse gewoonte bij de allerlaatste cremàs in het centrum van de stad. De Spanjaarden in het publiek jutten de brandweermannen op met weinig fijnzinnige kreten zoals "bombero maricón" (brandweerflikker) of "tú currando, tu mujer follando" (jij bent aan het werken, jouw vrouw is aan het neuken). Als "straf" spuiten de brandweermannen de toeschouwers nat en dat is natuurlijk precies wat het publiek wil! Dus dagen ze de brandweermannen meer een meer uit: meer gejoel, meer water, meer actie. Ook ik blijf niet gespaard. Als de brandweermannen dan uiteindelijk toch de kraan dichtdraaien, worden ze door het publiek als helden onthaald: mannen omhelzen hen, vrouwen kussen hen, iedereen wil met ze op de foto. En je ziet de brandweermannen, die er een zware nacht op hebben zitten, genieten! Het is prachtig om te zien. Bij het doven van dat laatste vuur, is ook het vuur uit de mensen verdwenen. Verbazingwekkkend snel is het stil in de stad, de cafés zijn dicht, een enkeling is nog op weg naar huis, maar er is niets meer te beleven. Van het ene op het andere moment is het over, voorbij, gedaan. Volledig en compleet.

De volgende dag rijd ik door de stad en lijkt het alsof er de voorgaande vijf dagen helemaal niets gebeurd is in Valencia. De straten liggen er schoon bij, het is stil in de stad. Het doet vreemd aan. Het einde van de wereld leek de afgelopen vijf dagen nabij, maar blijkbaar krijgen we nog een jaartje respijt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten