donderdag 7 februari 2008

Simpliciteiten en San Blas

San Blas, de patroonheilige van Jalance, wordt op 2 februari geëerd met de nodige festiviteiten in het dorp. Uiteraard staan die festiviteiten bol van drank en spijs en lawaai (zie ook mijn blog van 29 november). In drank heb ik niet zo'n trek, maar lekkere spijzen afslaan lukt mij veel minder goed. Dus eet ik mijn buik letterlijk rond. Ik heb me nooit zorgen hoeven maken om overgewicht, maar ik begin wel te merken dat mijn verblijf in Spanje beetje bij beetje wat extra gewicht in de schaal gooit, pijnlijk zichtbaar geconcentreerd rond de buikstreek. De wraak van de tapas is wreed...

Vrijdagavond is er een verbena, fuif, om het feestweekend in te luiden. Weer (zie mijn blog van 3 januari) een slechte coverband met alleen Spaanse liedjes die ik niet ken. Ik ontmoet er Robert, een Engelsman die sinds 3 jaar met zijn vrouw in Jalance woont en nu lid is van het feestcomité en achter de toog staat. Hij is blij eens Engels te kunnen spreken en schenkt mij een extra groot glas ponche caballero (zoete Spaanse likeur) in. Om een uur of 3 hou ik het voor gezien, want ik moet de volgende dag al om half 9 weer mijn warme bed uit voor de volgende activiteit.

Met Rafa, Marcos en Jose Enrique trek ik die ochtend naar een loods aan de rand van het dorp. Daar vieren de boeren "hun" dag met een stevig ontbijt. Er worden eieren, ham, knoflooktenen en sardientjes gebakken. De wijn en het bier vloeien rijkelijk, de sigarenrook hangt dik in de lucht. Ik blijk de enige vrouw te zijn in het gezelschap van nu niet bepaald de meest verfijnde en elegante heren van Jalance, maar de mannen zijn gewoon lekker hun eenvoudige boerse zelf en ik word er onthaald als iemand die ze al jaren kennen. Mijn aanwezigheid én mijn fotocamera trekken de aandacht. De boeren proberen me te koppelen aan hun vrijgezelle zonen en prijzen de Spaanse man in zijn algemeen aan. Ze poseren ijverig met porrón (drankkaraf), sigaar of vrachtwagen. Na het ontbijt trekken de boeren met hun tractors en auto's naar de kerk waar hun voertuigen gezegend zullen worden door de pastoor.

Een tijdje later kom ik in het dorp een van de boeren tegen in het cafe waar ik een koffie drink met MariCarmen. Hij wil me zijn huis laten zien. Ik ga met hem mee en krijg een rondleiding in zijn woning waar hij samen met zijn vrouw op de begane grond woont. Hun twee volwassen zonen wonen op de verdiepingen daarboven met hun echtgenotes en kinderen. "Je mag altijd langskomen", zegt hij terwijl hij me typische halvemaan-vormige San Blas-koekjes aanbiedt, gevuld met een soort pasta van cassave en anijs. "We zijn nu vrienden, dus als er iets is: je weet nu waar ik woon." Dit soort uitspraken heb ik al regelmatig gehoord in Spanje. Hier ben je nogal snel een vriend. In hoeverre ik dit soort vriendschappen in de praktijk serieus kan nemen, weet ik nog niet. Ik voel nu niet bepaald een drang om op boer Charel een beroep te doen als ik iets nodig zou hebben. Maar ach, vriendelijk is hij wel.

's Middags vertrekt heel het dorp naar het park: daar wordt voor iedereen een reuze-paella bereid. Mensen sleuren met tafeltjes en stoeltjes om het zich met hun gezin of vriendengroepje gemakkelijk te maken in het park en van de gratis maaltijd te genieten. Ook de likeuren en whiskeys ontbreken niet, bij jong noch oud. De Spanjaarden zijn sowieso een echt picknick-volk. Het merendeel van de Spanjaarden zijn flatbewoners en hebben dus geen eigen tuin. Als ze buiten willen eten (en dat doen ze graag en veel) zijn ze dus aangewezen op de picknicktafels en barbecue-ovens in de parken en bossen. De paella smaakt me en ik eet me nog wat ronder. Om een en ander rustig te kunnen verteren doe ik daarna mee aan een fijne Spaanse gewoonte: ik slaap een siesta.

De dag verloopt verder weinig verrassend. Ik begin het ritme van het dorp van buiten te kennen: na de siesta komen we samen met een groep dertigers in het cafe waar er iets gedronken wordt. Daarna gaan we uiteten. Het gebeurt mij niet vaak dat mijn appetijt vermindert bij iets wat me voorgeschoteld wordt, maar deze keer aarzel ik toch even: er staan gebakken varkensstaarten en varkenssnuit op het menu... Omdat ik vind dat niet alleen liefde maar ook cultuur door de maag gaat, proef ik toch van deze Spaanse "lekkernijen". Ik probeer vooral niet te kijken naar de dikke zwarte haren die nog op de krokante huid van de varkensstaartjes prijken en knabbel dapper op deze snacks. Niet helemaal overtuigd van het delicatesse-gehalte van deze tapas, keer ik daarna met heel de groep terug naar het cafe. Likeurtjes en bier. Ik val uit de toon met mijn water.

MariCarmen, een paar vriendinnen en ik komen veel te vroeg aan op de verbena die avond. Er zijn alleen een paar 50-plussers de paso doble aan het dansen. We vervelen ons. "De jongere mensen komen pas rond een uur of half 3", zegt MariCarmen. Ik ben wel een nachtmens, maar nog zolang wachten op wat betere muziek valt me toch wel wat zwaar. Ik ben zowat de enige die nuchter rondloopt in die zaal, dus dat helpt ook niet echt om de pijn te verlichten... De coverband speelt exact dezelfde liedjes als de band die vrijdag speelde. In Jalance overvalt me weer een vermoeidheid die ik al eerder ervaren heb (zie mijn blog van 11 december). De mensen zijn vriendelijk voor me, maar ik heb hen niets te vertellen. Ik observeer hen liever, maar dat komt voor hen over alsof ik me verveel of in ieder geval erg serieus ben. Waardoor zij zich weer zorgen maken om mij en ik moet uitleggen dat er niets aan de hand is. Ze verontschuldigen zich zelfs bij mij dat zij zo'n "simpele zielen" zijn die het leuk vinden om zich gewoon vol te vreten en lam te zuipen in hun dorp en naar een stom optreden van een slechte band in een ongezellig zaaltje te gaan. Ze zijn bang dat dit "te min" is voor mij, omdat ik al wat meer van de wereld heb gezien dan zij. Het kost me veel moeite om hen te overtuigen dat ik hen zeker niet "simpel" vind en dat ik het gewoon leuk vind om erbij te zijn en alles stilletjes in me op te nemen. Ze drukken me op het hart dat alles veel leuker is met de nodige portie alcohol achter de kiezen en ik ben er meer dan ooit van overtuigd dat ze gelijk hebben. Ik heb echter helemaal geen zin om dronken te zijn, misschien word ik oud... (of verstandig?) Ik vind dan ook dat ik het nog lang heb uitgehouden als ik rond kwart over 3 naar huis vertrek.

De volgende dag slaap ik uit. De "coplillas" van San Blas mis ik dus helaas. De "coplillas" zijn volksliedjes van religieuze aard die op iedere hoek van de straat gezongen worden vanaf 5 uur 's ochtends ter ere van San Blas. 's Middags zorg ik er wél voor dat ik op tijd in het park ben voor weer een gratis reuzemaal: deze keer wordt er gazpacho geserveerd. Na het verplichte cafebezoek na de lunch, dirken de dorpsbewoners zich op. Er wordt een mis gehouden in de kerk en -nog veel belangrijker- na de mis wordt er gezegend brood uitgedeeld. Nóg meer eten, het blijft maar komen! Ik ga mee naar het kerkplein en bekijk de fel opgemaakte oudere dames die in hun bontjassen paraderen terwijl het in de zon een graad of 20 is. Lange rijen wachtenden om het gezegende brood in ontvangst te nemen van mijnheer pastoor óf van de koningin van het San Blas-feest. Ook ik sta netjes in de rij en krijg een zakje suikerbrood. Daarna mag ik mijn vinger dopen in een soort vat waar geoliede watten inzitten. Die gewijde olie smeer je aan je hals. San Blas is namelijk de heilige van de keelklachten. Als de broodbuit binnen is, maken vele Jalancinos zich klaar om hun dorp weer voor minstens een week achter zich te laten en zich in de stadsdrukte van Valencia te storten.

's Avonds ben ik blij weer thuis te zijn in Valencia. Jalance is voor mij een heel bijzonder dorp waar ik steeds even gastvrij onthaald wordt en waar ik het privilege heb om van heel dichtbij het échte Spaanse leven te zien en te ervaren. Maar Jalance betekent ook heel erg buitenlander zijn, heel erg thuisloos zijn. En misschien ben ik dan wel wat jaloers op de Jalancinos die genieten van hún "vida simple" en die weten en vooral vóelen waar hun "roots" liggen. Waar liggen die van mij? Overal? Of juist nergens?

1 opmerking:

  1. In Leuven vind ik toch nog steeds sporen avn je roots, dus ik denk dat Leuven je zeker terug wil.....

    BeantwoordenVerwijderen