donderdag 3 januari 2008

Over fruit, fuiven en films

De beste wensen vliegen weer in het rond, want er is een nieuwe maand begonnen...
Soms weten mensen al in oktober wat ze op de laatste dag van de laatste maand van het jaar gaan doen. En het moet vooral heel speciaal en uitbundig zijn, liefst met een decadente toets. De entreegelden voor pubs en discotheken, de überchique menu's in restaurants: alles ruikt weer naar opgeklopte lucht. Daarom valt oudejaarsavond voor veel mensen jaar in jaar uit tegen: het wíl wel, maar kán de hooggespannen verwachtingen eenvoudigweg niet inlossen. Het feestgedruis is té opgedrongen, té onecht.

Dit jaar had ik echter, net zoals vorig jaar, geen grootse fuifplannen en geen hoge verwachtingen. Net zoals vorig jaar luidde ik het nieuwe jaar min of meer alleen in. Ik was niet zodanig alleen dat er helemaal niemand bij mij in de buurt was, maar ik was alleen in die zin dat niemand uit mijn buurt (vrienden en familie) bij mij was. Het voordeel van op die manier oud en nieuw vieren is dat het aanvoelt alsof ik maar voor een klein stukje deel uitmaak van de feestende entourage: een filmset waar ik af en toe een stapje opzet, maar toch geen rol in de grote film speel. Op de momenten dat ik het wil kan ik van de set aflopen en de scene letterlijk en figuurlijk van een afstandje bekijken. Die bevreemdende jaarwisselingen vind ik prettig. Ik heb nog 364 andere nachten voor de boeg met genoeg feesten, drank en vuurwerk, al dan niet in mijn slaap.

Op de laatste dag van het jaar vlieg ik 's ochtends vanuit Eindhoven terug naar Valencia en reis ik in de late namiddag door naar Jalance. We beginnen de avond met een feestmaal met cochinillo, speenvarken, ribbetjes en lamsvlees. Veel te zoete lambrusco erbij en slechte Spaanse chocolade, maar ach, het is gezellig.

Een paar minuten voor middernacht trekt het hele dorp naar het pleintje voor het gemeentehuis. Daar delen medewerkers van de gemeente Jalance zakjes met 12 groene druiven uit. Snel snel het zakje openmaken, verdorie, nog niet eens gemakkelijk met dat lintje dat zo er zo stevig omgeknoopt is! Dan het zakje maar met geweld openscheuren, maar toch niet al te bruut want ze mogen niet op de grond vallen!
Ieder heeft zijn 12 druiven nodig om zichzelf op het ritme van de klok een voorspoedig nieuw jaar te kunnen bezorgen. Als de klok een melodietje speelt om aan te kondigen dat er 12 klokslagen zullen volgen, siddert de menigte eerst opgewonden en wordt dan plots stil van uiterste concentratie. Eerste klokslag: eerste druif naar binnen werken. Makkelijk zat. Tweede klokslag, tweede druif. Derde klokslag, daar gaat druif drie. En nog een, en nog een. Dat gaat allemaal nog redelijk goed, ookal doen ze in Jalance niet mee aan die flauwe onzin van kleine sappige druifjes zonder velletje en zonder pitten die je praktisch in hun geheel kunt doorslikken en die je kant en klaar in een blikje in de supermarkt kunt kopen. Weg met nep, hier in Jalance gaat deze Spaanse oudejaarstraditie nog met échte druiven: van die flinke joekels met een bitter vel, steeltjes en pitten. Bij de zesde klokslag en dus de zesde druif wordt het al wat lastiger. Op het plein wordt geknauwd en geslikt dat het niet mooi meer is. Bij elke klokslag en bij elke druif wordt het moeilijker om alles binnensmonds te houden. Het sap spuit uit mijn mond, loopt over mijn kin naar beneden, de grond plakt. Iedere klokslag lijkt sneller te volgen op de vorige, maar ik geef niet op want ik wil dat 2008 op z'n minst net zo fantastisch wordt als 2007. Ik prop, kauw en slik dus gewoon door. Twaalf! Ik ben duidelijk niet zo getraind als de Spanjaarden die elkaar al snel nadat de klok twaalf keer geslagen heeft met plakkerige monden en handen een feliz año toewensen. Ik heb iets meer tijd nodig om mijn druivenbrei helemaal weg te werken en mijn kleverige vingers en lippen schoon te likken, maar ook dan kan ik aan het kussen slaan.

Na de zoete sappige zoenen wordt het ietsje ruiger: we beginnen aan de cubatas, gemixte sterke drank, in het huis van vrienden van Rafa en MariCarmen.
Daarna trekken we, net zoals de helft van het dorp, naar het feestzaaltje van Jalance waar een verbena, dansfeest, wordt georganiseerd. Een Spaanse fuif en dat betekent -uiteraard- veel lawaai, veel drank, veel volk. Er treedt een coverbandje op en ik ken geen enkel liedje, want ze zingen alleen maar Spaanse hits die buiten de landsgrenzen geen succes hadden. Dat geeft mij meer dan kans genoeg om midden op de dansvloer eventjes een figuurlijk stapje achteruit te zetten en te kijken naar de film die zich voor mijn ogen afspeelt. Weer verbaas ik me over het feit dat iedereen hier naast en met elkaar feest, jong, heel jong, oud, heel oud. Het is feest voor iedereen. Ik zie de opa in zijn oude kloffie (compleet met pet!) vooraan bij het podium staan, even enthousiast als de tienermeisjes met zilveren topjes, strakke shortjes en platte open ballerinaschoentjes. Kleine kinderen rennen rond terwijl hun ouders zattig om elkaars schouders hangen. Andere kleintjes slapen gewoon door alle lawaai heen, doodop van een lange dag. Ik verbaas me over het zien van alle subculturen samen op dezelfde fuif: hardrockers, skaters, nerds, huismoeders, wiet-adepten, sportmannen, motorfreaks. Ik verbaas mezelf als ik op het einde van de avond zelf weer even deel van de film word en enthousiast in het Engels begin mee te bleren als de zanger een liedje van Bon Jovi (een band waar ik absoluut niets aan vind...) aanheft. Ik speel helemáál weer mee als de zanger dan toch eindelijk een Spaans jaren '80-liedje begint dat ik ken en waarvan ik, net zoals de rest van de zaal, in ieder geval het refrein mee kan brullen. Het is het lijflied van de Spaanse homoscene en ook menige niet-homo heeft dit lied tot zijn persoonlijke hymne gebombardeerd. Het gaat over zijn zoals je bent en je niets aantrekken van wat anderen over je denken of zeggen, je eigen beslissingen nemen zonder daarbij perse aan de normen te voldoen. Een mooie soundtrack voor de kleurrijke Spaanse film waarin ik af en toe meespeel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten