woensdag 19 december 2007

Papiertjes schuiven

Nu ik een eigen adres heb, kan ik beginnen met allerhande formaliteiten om mijn verblijf in Spanje officieel te maken en een NIE (Identificatienummer voor Buitenlanders) aan te vragen waarmee ik door Spaanse bedrijven in dienst genomen kan worden en waardoor ik dus meteen ook niet meer over een geldig excuus beschik om niet te werken... (Hoewel ik vind dat ik daarvoor eigenlijk geen excuus nodig heb, maar dat is een ander verhaal...)

Eerste stap: empadronamiento, de inschrijving in de gemeente. Ik zorg dat ik 's ochtends als een van de eersten bij het stadhuis van Valencia sta, omdat ik me van mijn Leuvense tijd herinner hoe lang de wachtrijen in dit soort instanties kunnen zijn. Ook in Valencia is dit niet anders. Veel mensen zijn mij echter al voor. De wachtenden worden één voor één binnengelaten, waar een uiterst strenge controle door de politie wordt uitgevoerd. Iedere tas en jas wordt binnenste buiten gekeerd, alles bekeken en betast. Vervolgens moet ik door een metaaldetector lopen en dan een nummertje trekken om tussen de Spanjaarden, maar vooral tussen Latijns-Amerikaanse, Aziatische, Noord-Afrikaanse en Oost-Europese immigranten te wachten op mijn beurt. Het gaat verbazend snel vooruit.

De dame die mij helpt aan tafel 4 is erg vriendelijk. Ik leg de paperassen voor die volgens het internet nodig zijn om de inschrijving in de gemeente compleet te maken: uiteraard mijn paspoort, een kopie daarvan, een handgeschreven en gehandtekend vodje waarop Lorena bevestigt dat ik inderdaad bij haar inwoon en een kopie van Lorena's identiteitskaart. “Ay hija, meid, heb je het origineel van Lorena's identiteitskaart niet bij je?” “Nee”, schud ik bevreesd mijn hoofd, al beseffend dat ik terug naar huis gestuurd zal worden. “Tja, we hebben toch echt het origineel nodig”, zegt de dame. “Lorena moet samen met jou naar het stadhuis komen om jou in te schrijven of ze moet jou haar identiteitspapieren eventjes uitlenen”. Ik probeer nog even: “Maar als Lorena mij haar identiteitspapieren uitleent is ze zelf in overtreding.” In Spanje is het namelijk verplicht om altijd identiteitspapieren op zak te hebben. Maar natuurlijk, ik weet het heus wel, de dame kan mij niet aan een inschrijving helpen. Ze is echter van goede wil en vult een formulier in dat Lorena moet tekenen, schrijft bovenaan het papier “tafel 4” en zegt dat ik daarmee 's middags of de volgende dag maar terug moet komen en meteen naar haar tafel mag komen om de inschrijving in orde te maken. Zo komt het dat ik al gauw weer buiten op straat sta.

Ik bel Lorena die op haar werk zit en leg haar de situatie uit. Ze vindt het geen prettig idee om zonder identiteitspapieren rond te moeten lopen, zeker ook omdat haar Argentijnse paspoort al heel lang verlopen is en ze daardoor niet in de problemen wil komen. Ik acht de kans klein dat ze de papieren nodig heeft als ze op haar werk zit, dus ik stel haar voor om naar haar werk te komen, haar Spaanse pasje op te halen en het haar vervolgens zo snel mogelijk terug te bezorgen. “Oke”, zegt ze, “dat moet dan maar.” Dus spring ik de metro in, ga naar Lorena's werk, pik haar pasje op en neem de metro terug naar het centrum van de stad.

Terwijl ik in de rij sta te wachten om voor de tweede keer door de strenge veiligheidscontrole te gaan, zie ik de dame van tafel 4 vrolijk kletsend met enkele collega's het gebouw buitenlopen. “Shit”, schiet het door me heen, “nu zul je zien dat ik tóch weer een nummertje moet trekken...” Eenmaal binnen wandel ik toch gewoon naar tafel 4 zonder nummertje en voel ik de verontwaardigde blikken van de wachtenden in mijn rug prikken. Er zit een andere dame aan tafel 4. “Ik heb geen nummertje”, ben ik haar vraag om het ticket voor, “maar uw collega zei vanochtend dat ik me hier weer mocht aanmelden met mijn paperassen.” De dame kijkt niet eens op het papier dat ik haar als bewijs probeer te laten zien. “Ga maar zitten”, zegt ze vriendelijk en ze neemt mijn paperassen in ontvangst. “Ooooooh, Holanda”, kirt ze opgewonden als ze mijn paspoort ziet. Meteen begint ze honderduit te babbelen. “Qué bonito!” Ja, ze is een paar jaar geleden in Amsterdam geweest en ze vond het er mooi, maar wel heel koud! Maar zo'n schattige huizen en zo veel fietsen!!! Haar mannelijke collega die aan tafel 3 naast haar zit betrekt ze ook in het gesprek, hoewel hij ook met een “klant” bezig is. “Oye, luister eens, dit meisje komt uit Nederland!” “Echt waar?”, vraagt hij. “Daar ga ik volgende week een paar dagen naar toe! Een city trip naar Amsterdam! Ik kijk er erg naar uit!” Ik vertel een beetje waar ik vandaan kom en de twee stadhuismedewerkers willen weten wat ik in Valencia kom doen en prijzen in geuren en kleuren hun stad aan. Ondertussen maakt de dame mijn papieren in orde. Een uitdraai uit de computer en in een mum van tijd ben ik een officiële inwoner van de stad. Ik bedank mijn twee gesprekspartners voor de toffe babbel en als ik wegga roepen ze me beiden nog vrolijk na: “Welkom in Valencia!!!”

2 opmerkingen:

  1. Was het hier ook maar allemaal zo eenvoudig en vriendelijk hé....

    BeantwoordenVerwijderen
  2. amaai n u woon je officieel in Spanje! Proficiat

    BeantwoordenVerwijderen