dinsdag 11 december 2007

Lawaai

Afgelopen weekend nogmaals een bezoekje gebracht aan hét dorp, want het was er fiesta! In Spanje, dus ook in Jalance, lijkt elke reden een goede reden om te feesten, zolang er maar lekker (en veel!) gedronken en gegeten en uitbundig (en luid!) gekletst en gelachen kan worden.

Santa Cecilia, de patroonheilige van de muzikanten, was zaterdag meer dan reden genoeg om te feesten. Weinig feeststemming voel ik echter als ik (en de rest van de familie Mora) om 4 uur 's ochtends wakkergetrompetterd word door de plaatselijke harmonie die op dat onmogelijke tijdstip door de straten van het dorp trekt om zo het startsein van de feesten te geven. Het begint me op te vallen dat "lawaai" een constante factor in mijn nieuwe Spaanse leven is. Het feit alleen al dat ik het woord "lawaai" gebruik, is het bewijs dat ik heel erg onSpaans ben. Wat ik "lawaai" noem, is voor de Spanjaard eenvoudigweg de klank van het leven....


Maar ik vergeef de harmonie haar genadeloze wekservice met een glimlach wanneer ik zie dat ze een uitgebreide lunch voor de dorpelingen bereid hebben. Want niet alleen de liefde van de mán gaat door de maag! Twee reuzenpaellapannen (zoals je die vroeger in een of andere belachelijke reclame voor Dreft zag) vol met eten! Eén paellapan bevat een gazpacho, dat in deze streken niet de Andalusische pittige koude soep is zoals wij die kennen, maar wel een papperige brei van nattig brood met kruiden en konijn. De andere paellapan lonkt veel verleidelijker naar mij: gebakken aardappeltjes met ei, groenten, hele knoflooktenen en pikante worstjes. Ik hou van simpel en lekker, dus deze eenvoudige schotel maakt mijn brute ochtendlijke kennismaking met de harmonie ruimschoots goed!

Na de lunch gaan de mannen naar het café en gaan de vrouwen koffie drinken bij vriendinnen. MariCarmen troont mij mee naar het huis van haar vriendin Monica die altijd gezegd heeft dat ze nooooooit zou trouwen, maar nu geen seconde kan zwijgen over het op til zijnde huwelijk met de man van haar dromen. Ze laat vol trots haar schoenen zien, de ringen, de oorbellen, de halsketting. Een vrouwenonderonsje. Julio, haar aanstaande, stoort ons alleen even om "hallo" te zeggen en gaat vervolgens verder met een grote stapel strijk. "Julio strijkt altijd!", zegt Monica niet zonder trots. Met reden, want met Julio heeft Monica hoogstwaarschijnlijk een uitzondering aan de haak geslagen. De Spaanse man is over het algemeen niet erg geemancipeerd ingesteld, getuige de sensibiliseringscampagnes van de overheid die ik al op bussen heb zien staan: Compartir el trabajo de casa nos hace iguales, huishoudelijk werk delen maakt ons gelijk.

Na de koffieklets komen veel dorpelingen bij elkaar in het parochiezaaltje. Daar is er een grootse show waar jong en oud hun kunsten vertonen. Het dorpsgevoel hangt haast voelbaar in de zaal. Iedereen hoort bij Jalance: meisjes van een jaar of 5 die een dansje doen op Walt Disney-muziek, een vrouw van middelbare leeftijd als stand-up comedian, een mooie jonge brunette die al buikdansend met haar perfecte figuurtje pronkt, twee senioren die een Spaanse smartlap playbacken, een stelletje opgeschoten pubers die zich in vrouwenkleren rot amuseren op muziek van de Spice Girls en menige bejaarde in het publiek lichtjes shockeren door op het einde van hun act hun rokjes op te tillen en het publiek hun (weliswaar heel kuis met ondergoed bedekte) kont te laten zien. Iedereen wordt even luid toegejuicht en beloond met een dubbel applaus, een keer tijdens en een keer na de act. Als de presentatrice het wat moeilijk krijgt en door de zenuwen absoluut niet uit haar woorden komt, helpt het publiek haar in een oogwenk weer op gang door luidkeels ánimo!, kop op!, te roepen en te applaudiseren.

Om een uur of negen zijn we weer "thuis" in huize Mora waar moeder Neri het eten opzet. Na de stevige lunch van vanmiddag heb ik nog niet echt honger. Alsof iemand mijn gedachten heeft gehoord, valt plots het licht uit en zullen we moeten wachten met eten. De band die vanavond zal optreden in het dorp heeft zijn lichtinstallaties en muziekinstrumenten aangesloten en dat kan het electriciteitsnet van Jalance blijkbaar niet aan! In het pikkeduister kletsen we wat en merken we hoe het huis heel snel afkoelt nu de verwarming niet meer werkt. Het wordt echt koud binnen! Ik kruip even in bed om een beetje te soezen en het wat warmer te krijgen. Pas 2 uur later floepen de lichten opeens weer aan en kunnen we uiteindelijk toch wat eten.

Vaste prik na het eten: het café. En ondanks dat het er best gezellig is, krijg ik er plots een klop. Ik weet niet wat me overkomt, maar ik heb eventjes overal genoeg van: de grapjes en lachende opmerkingen over mijn rare gedrag als buitenlander, mijn onvermogen om met gemak hele verhalen te vertellen in het Spaans, het constant intensief moeten luisteren om een conversatie te volgen, het nadenken over hoe en wat ik zelf in het Spaans kan toevoegen aan een gesprek, het ontbreken van een gemeenschappelijke achtergrond met de mensen met wie ik praat, en vooral méér dan genoeg van het oorverdovende lawaai van hun stemmen in het café. Ik voel mij midden in die drukke en lawaaierige bar opeens heel erg alleen. Ik mis niet zozeer een plaats, zelfs niet een of meer personen in het bijzonder. Wat ik mis is de Suzanne die ik in het Nederlands kan zijn en die ik (nog) niet in het Spaans kan zijn. Mijn cafégenoten zien dat ik droevig ben en vragen me wat er scheelt. Ik kan het niet uitleggen. Een neef van MariCarmen, Carlos, komt naar me toe. Ik ken hem niet en heb vandaag misschien 10 woorden tegen hem gezegd. "Susana, je hoeft niets te zeggen, hoor. De anderen hebben nog nooit een voet buiten Spanje gezet. Ze begrijpen het niet." Carlos vertelt me dat hij 2 jaar in Nederland en Duitsland heeft gewoond toen hij er als vrachtwagenchauffeur werkte. Hij vertelt me hoe dat soms voelde. Dankzij Carlos voel ik me begrepen zonder dat ik iets uit hoef te leggen en voel ik me eventjes niet meer zo alleen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten